Centrum voor Psychotrauma-& Familietherapie

1.Trauma's en PTTS


 

Een posttraumatische stress stoornis (PTSS) is het normale gevolg van een abnormale toestand of trauma. Dit ontstaat wanneer je één of meer schokkende gebeurtenissen meemaakt die van buitenuit inwerken. Hierbij wordt meestal een sterk angstbeleven gevoeld. Het gevoel van machteloosheid en hulpeloosheid heeft meestal ontwrichting van het bestaan tot het gevolg. De klachten komen pas veel later (weken of maanden) naar boven en kunnen permanent of intermitterend zijn. Doorgaans gaan ze niet vanzelf over. Symptomen bij volwassenen zijn ook vaak psychosomatisch, gekoppeld aan negatieve gedachten, angstgevoelens, relatieproblemen e.d.

 

Diagnostische criteria for PTTS volgens de DSM-IV

A. De traumatische gebeurtenis, 2 karakteristieken:

 

·  De persoon ervaarde, was getuige van of werd geconfronteerd met een gebeurtenis waarbij zijn leven ernstig in gevaar was, of waarbij zijn fysieke en/of  

   psychische integriteit-of die van anderen- zeer sterk bedreigd of aangetast werd.

·  De reactie van de persoon op deze gebeurtenis betrof intense angst, hulpeloosheid of verschrikking. Bij kinderen kan dit geuit worden door gedesorganiseerd of

   geagiteerd (opgewonden) gedrag.

 

B. Er is sprake van voortdurende herbeleving op ten minste 2 van de volgende manieren:

·  Herinneringen - bij jonge kinderen: in spel

·  Dromen - Bij jonge kinderen: angstdromen

·  Handelen of voelen alsof het trauma opnieuw gebeurt - Bij kinderen: naspelen

·  Psychisch lijden

·  Fysiologisch reacties

 

 

C. Vermijden van prikkels op tenminste 3 van de volgende manieren:

 

·  Gedachten, gevoelens of gesprekken

·  Activiteiten, plaatsten of mensen

·  Onmogelijkheid te herinneren

·  Verminderde belangstelling in of participatie aan belangrijke activiteiten

·  Onthechting of vervreemding

·  Beperkt uiten van affect

·  Beperkter toekomst

 

D. Verhoogde prikkelbaarheid op tenminste 2 van de volgende manieren:

·  Moeite met inslapen of doorslapen

·  Prikkelbaarheid of woede-uitbarstingen

·  Moeite met concentreren

·  Overmatige waakzaamheid

·  Buitensporige schrikreacties

 

E. Duur van de stoornis (symptomen in criteria B, C, D) is langer dan 1 maand.


F. De stoornis veroorzaakt klinisch betekenisvol leed of beschadiging op sociaal of beroepsmatig vlak, of op een andere belangrijk gebied van functioneren

Geassocieerde diagnostische criteria: schuldgevoelens, fobisch vermijden, verstoorde affectregeling, zelfdestructie of impulsief gedrag, dissociatieve symptomen, somatische klachten, gevoelens van onbekwaamheid, schaamte, wanhoop, hulpeloosheid, gevoel voor altijd beschadigd te zijn, verlies van vroegere waarden, vijandigheid, sociale teruggetrokkenheid, gevoel van bedreiging, minder interpersoonlijke relaties, verandering van persoonlijkheidskenmerken.

 

Onderscheid tussen Type I en Type II trauma (Terr, 1991)
Type I: enkelvoudig, éénmalig - PTSS, klassieke herbelevingssymptomen
vb. auto-ongeluk
Type II: serie van traumatische gebeurtenissen - vaker dissociatie, complexe PTSS
vb incest, pesterijen, affectieve en emotionele verwaarlozing.



2. Symptomen bij kinderen

 

Niet kunnen spelen met kinderen, schuchterheid, negatief zelfbeeld, teruggetrokkenheid, moeilijkheid om te leren, acting out, hyperactiviteit, sociaal onaangepast gedrag, liegen, passief verzet, eetstoornissen, slaapstoornissen, nachtmerries, angst om te gaan slapen, stotteren, bedplassen, dwangmatig gedrag, hyperalertheid en moeite met luisteren, faalangst, gering eigenwaardegevoel, verbale remmingen, onvermogen tot kritisch beschouwen.
Deze symptomen kunnen wijzen op een stresstoestand na traumatische gebeurtenissen of PTSS. Voor Kinderen ligt de oorzaak van een trauma vaak in de meer directe omgeving. Emotionele of affectieve verwaarlozing, psychisch, fysisch en seksueel misbruik liggen vaak aan de basis van de klachten.
In de relatie tussen kind en veroorzaker van het trauma is er sprake van afhankelijkheid van het kind, waardoor het naar buiten brengen van het trauma moeilijk is. Het storend gedrag is dan ook een signaal naar de omgeving. Vaak komt het kind dan ook in de behandeling voor een aantal symptomen, waarachter de traumatische context schuilgaat.



3. Symptomen bij volwassenen


Constant nachtmerries, angstgevoelens, een "ik ben moe"-gevoel, zich hopeloos voelen, perfect functioneren overdag en s'avonds iemand anders worden, niet kunnen genieten of plezier hebben, snelle gedachtensprongen, altijd waakzaam zijn, dingen niet meer weten, eetproblemen ( boulemie, anorexia ), zelfverminking, drugsverslaving, gevoelens van uiteen vallen, negatief wereldbeeld, relatieproblemen, transgenerationele traumatisering (doorgeven van symptomen van trauma's op de volgende generatie).
Deze symptomen kunnen wijzen op een stresstoestand na traumatische gebeurtenissen of PTSS. Soms weet je direct dat het PTSS is, soms kom je er pas later achter.